Even vragen aan Chat

Dit artikel is op 12 mei 2026 gepubliceerd in Onze Taal.

Sinds techbedrijf OpenAI in november 2022 ChatGPT op de markt bracht, is de populariteit ervan geëxplodeerd. In slechts een paar jaar tijd is de dienst, die aan de hand van kunst matige intelligentie tekst kan genereren, uitgegroeid van een moeilijk uit te spreken nieuwigheid (ChatTPG? ChatGTP?) in een vaste kracht in het dagelijks leven van vele Nederlanders.

De komst van ChatGPT is vaak vergeleken met de komst van de rekenmachine en de zoekmachine. Ook dat waren uitvindingen waartegen eerst groot wantrouwen bestond (het maakt ons dom! en lui!), maar die later vooral hulpmiddelen bleken die het leven makkelijker maakten. Toch is er een verschil in de manier waarop we praten over de rekenmachine en de zoekmachine enerzijds, en chatbots als ChatGPT anderzijds. Een interessant, maar ook een zorgelijk verschil.

Van hulpmiddel naar hulpje

Als iemand geconfronteerd wordt met een ingewikkelde rekensom, kan die zeggen: ‘Daar moet ik mijn rekenmachine voor gebruiken’. En heeft iemand de hoofdstad van Canada niet paraat, dan is het al snel: ‘Ik zal het even googelen.’ In beide gevallen staat het gebruiken centraal: ikzelf doe iets, en daarvoor gebruik ik een hulpmiddel. Ik ‘gebruik’ mijn rekenmachine om iets uit te rekenen. Ik ‘gebruik’ Google om het antwoord op mijn vraag te vinden.

Hoe anders is dat bij ChatGPT:
– Wie wil deze informatie netjes opschrijven in een verslag?
– Ik vraag het wel even aan ChatGPT.
Hier wordt ChatGPT niet gebruikt, maar wordt het om hulp gevraagd. Daarmee verandert de rol van een hulpmiddel, een ding, in een hulpje, een persoon. Die vermenselijking wordt nog eens extra onderstreept doordat mensen de naam van de chatbot liefkozend afkorten naar Chat, in zinnen als ‘Dat doet Chat wel voor me.’ Ook hier wordt de chatbot gezien als een handelende figuur, iemand die iets voor jou doet. Ter vergelijking: als je verzucht dat je de rijst nog moet klaarmaken, zou het belachelijk klinken als iemand antwoordt: ‘Dat kan de rijstkoker ook wel voor je doen.’

Een streepje voor

Dat we ChatGPT ongemerkt zijn gaan beschouwen als maatje is niet zo gek. Kijk maar hoe het programma is ingericht: het lijkt verdacht veel op bijvoorbeeld WhatsApp of iMessage. Rechts heb je een tekstbubbel met jouw tekst, en links het antwoord van ChatGPT. Daarmee wordt de indruk gewekt dat je een gesprek voert met iemand in plaats van dat je een opdracht geeft aan een computer. Bovendien begint dat antwoord vaak met een menselijk opgewekt ‘Oké!’ of ‘Hier is je verslag.’ ‘Laat het me weten als je iets wilt veranderen’, zegt het er soms bij. En als je het wijst op een fout, staat er: ‘Je hebt helemaal gelijk!’, en krijg je een nieuwe tekst.

Gebruikers gaan volledig mee in die illusie dat ze praten met een persoon. Zo’n tien jaar geleden ging een tweet viraal van een jongen die ontdekte dat zijn oma lachwekkend beleefd was tegen Google. Hij plaatste een foto van haar computer, waar ze in de zoekbalk had getypt: “please translate these roman numerals MCMXCVIII thank you”. Zijn oma dacht dat ze tegen een fysiek persoon praatte, en dat ze met een ‘alsjeblieft’ en ‘dankjewel’ sneller een antwoord zou krijgen. De reacties stroomden over van de vertederde hartjes. Nu, bij ChatGPT, is deze beleefdheid geen rariteit meer. Ik ken vele mensen die de chatbot steevast bedanken. ‘Dan heb ik een streepje voor, als AI straks de wereld overneemt’, zeggen ze er soms grappend bij.

Ontmenselijken

Je zou kunnen zeggen: schattig. En van beleefdheid is nog nooit iemand slechter geworden. Maar de manier waarop we over dingen praten, is meer dan gewoon een leuk fenomeen. Het weerspiegelt en stuurt hoe we ergens over denken. Dit specifieke ‘frame’, waarin we ChatGPT zien als levend wezen, of zelfs als vriend, is dan ook niet helemaal onschuldig. Want ChatGPT ís geen mens. Integendeel: het is onderdeel van een miljardenbedrijf, met gigantische financiële belangen. En hoewel de chatbot ontegenzeggelijk een grote hulp kan zijn, zijn er ook grote zorgen over milieu, privacy, auteursrecht en meer. Door ChatGPT te vermenselijken in je taal, ligt het risico op de loer dat je de duistere kant uit het oog verliest. Hoe gevaarlijk kan iets zijn wat een koosnaampje heeft en je huiswerk voor je maakt?

We leven in een tijd waarin sommige politici met hun taalgebruik hele groepen mensen óntmenselijken: ze spreken over asielzoekers in termen van natuurrampen, of over transgender mensen als gevaarlijke monsters. In zulke tijden is het wellicht de moeite waard zorgvuldig af te wegen wie we als mensen willen zien en wat niet.   

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *