Je bent niet grappiger, echt niet

Graag zou ik deze column willen beginnen met een citaat van ELKE meester, juf, leraar en lerares. Een zin die ik als kind verschrikkelijk vond, omdat het samen met ‘daar is het gat van de deur’ tot de grootste klasclichés behoorde. Een zin waar ik vroeger de kriebels van kreeg, – nog steeds trouwens – maar waar ik de afgelopen jaren steeds meer begrip voor heb gekregen. Oké, dit is ‘m:

Welk gedeelte van ‘houd je mond’ begrijpen jullie niet?

Afschuwelijk vond ik het als een leraar dat zei, maar steeds vaker heb ik de neiging hem ook te gebruiken. Niet in de klas, maar in het theater. Er zijn klaarblijkelijk mensen die geen enkel gedeelte van ‘houd je mond’ begrijpen. Dat is niet eens alleen irritant, ook gewoon gênant.

Ik ben de afgelopen jaren bij veel cabaretvoorstellingen geweest in erg veel verschillende plaatsen. Het publiek in Arnhem is niet hetzelfde als in Hilversum en het publiek in Amsterdam niet hetzelfde als in Groningen, maar in elk publiek zit altijd in ieder geval één iemand die het principe van een voorstelling niet helemaal begrijpt. Mocht je twijfelen, het werkt doorgaans zo:
Cabaretier: praat
Publiek: houdt zijn mond of lacht
(Wanneer je je mond houdt en wanneer je lacht is niet helemaal random verdeeld, maar dat is alweer een stap verder. Voor nu is ‘je mond houden’ het belangrijkst.)

Klinkt voor de hand liggend? Mooi, dan is het nu wij tegen hen. Want er zijn toch nog twee categorieën mensen die het niet begrijpen.

  1. Zij die hardop antwoorden op retorische vragen en te enthousiast beamen. Dat is vooral gênant, omdat ik vaak de indruk heb dat ze het echt niet in de gaten hebben. Tegen hen zou ik willen zeggen: dat hoeft niet, echt niet.
  2. Zij die proberen bijdehand uit de hoek te komen. Dat is vooral irritant omdat ze de voorstelling verstoren. Tegen hen zou ik willen zeggen: Je bent niet grappiger dan die gast op het podium, echt niet.

Nooit zeg ik tegen hen “Welk gedeelte van ‘houd je mond’ begrijp je precies niet?” Ik blijf altijd bang dat het opgevat wordt als een niet-retorische vraag of – nog erger – dat ik een bijdehand antwoord krijg.

Gelukkig hebben we de foto’s nog (2)

GASTPLOG VAN CAROLIEN BORGERS

In navolging van Yentl en de Boer maakte Carolien Borgers voor Humor heeft ook zijn leuke kanten een plog. Een plog, oftewel een verslag van haar dag in foto’s, van 9 oktober, toen ik haar voorstelling zag in Arnhem.

Vandaag spelen we in het Posttheater in Arnhem, en dan mogen er jellybeans gekocht worden. Snowy ones, want het is bijna winter.
Indiase curry Plog Carolien Borgers
Het was een impulsaankoop want eigenlijk kocht ik dit in de supermarkt, althans, de ingrediënten voor dit. Dit maakte ik van de ingrediënten; eten voor de jongens en voor mezelf voor vanavond. Indiase curry, i didn’t know i had it in me.
Narcos Plog Carolien Borgers
Voordat we naar het theater gaan rijden mag ik nog even de laatste aflevering van Narcos kijken. Spannend!!! En ik spreek na 10 afleveringen vloeiend Spaans. Althans, dat denk ik.
Ocker Gevaerts op de fiets Plog Carolien Borgers
Kijk, daar komt Ocker aangereden, ik zit hier al in de auto.
Ocker Gevaerts op de fiets Plog Carolien Borgers
Hier gaat hij zijn fiets parkeren. Bij de bovenburen is een meisje geboren.
Ocker Gevaerts op de fiets Plog Carolien Borgers
Het duurt lang. Maar hier is hij bijna zijn slot op de fiets aan het doen. Dat moet ook, want ik woon in een gevaarlijke buurt.
Op weg Carolien Borgers Plog
Het is een prachtige dag om naar Arnhem te rijden.
File Carolien Borgers Plog
Oh nee. Er staat file. Er dachten meer mensen: “het is een prachtige dag om naar Arnhem te rijden”.
File Carolien Borgers Plog
Ocker en ik hebben een hekel aan file. Verdwijn file, verdwijn!
Arjan de technicus Carolien Borgers Plog
In het theater staat Arjan de technicus al op ons te wachten. De technicus is niet zijn echte achternaam, maar zo noemen we hem wel altijd. Hij is een lampjes- en geluidskoning.
Decor Carolien Borgers Plog
Dit hangt hij elke keer op; het decor.
Ocker Gevaerts speelt in Carolien Borgers Plog
Ocker speelt alvast even zijn vingers warm, ik zit hier achter het keyboard dus nu krijgen jullie een heel goed beeld van mijn uitzicht tijdens de show. Die lamp voor mn neus staat soms aan, dan zie ik Ocker niet.
Ocker Gevaerts en Arjan de technicus Carolien Borgers Plog
Hier laten Ocker en Arjan elkaar filmpjes zien. Dit keer was het van de beste Voice auditie ooit, door Jennie Lena. Ocker heeft hier duidelijk meer armbandjes om dan Arjan.
Muis Carolien Borgers Plog
Ik vind het zielig voor deze muis met identiteitsproblemen.
Sjoelen Carolien Borgers Plog
Na het eten begonnen we aan het leukste deel van de avond; er stond een sjoelbak!!!!!!!!!!!!1111!!!!
Sjoelen Carolien Borgers Plog
We hebben gesjoeld tot vlak voor de show omdat we er HE-LE-MAAL inzaten. Schijfjes in hokjes schuiven; mij kan je niet gelukkiger maken.
Sjoelen Carolien Borgers Plog
Ook de puntentelling bijhouden vind ik heel erg leuk.
Sjoelen Carolien Borgers Plog
Oh man wat gingen we erin op. We vergaten bijna dat we nog een show moesten spelen.
Sjoelen Carolien Borgers Plog
Het was een nek aan nek race, zo spannend.
Sjoelen Carolien Borgers Plog
Uiteindelijk won Arjan de technicus, maar wij speelden die avond een heel fijne show in Arnhem. En dat mag ook gezegd worden. Vol van de show en het sjoelen reden we naar huis. Naar ons bedje. Voor de dag erna weer een dag vol spanning en sensatie.

Joost de Haas maakte de poster voor Van der Laan en Woe

Poster Van der Laan en Woe Alles Eromheen Joost de Haas ontwerper poster Van der Laan en Woe

Joost de Haas maakte de poster voor ‘Alles Eromheen’ van Van der Laan en Woe. Sinds 21 april hangt ook deze op mijn kamer en ik kijk er graag naar. Volgens mij krijgen posters en hun makers veel minder aandacht dan ze verdienen, dus ik belde Joost met wat vragen.

Hoe is het idee voor de poster ontstaan?
De voorstelling was nog niet gemaakt, maar de titel ‘Alles Eromheen’ was er al. Eerst heb ik met Niels en Jeroen (Niels van der Laan en Jeroen Woe, red.) zitten praten over de inhoud. Ze vertelden dat de voorstelling zou gaan over concentratie en afleiding, over hoe alles eromheen je soms afleidt van dat waar het om draait. Dat concept van de voorstelling heb ik proberen toe te passen op het medium poster. 
Eerst bedachten we om Niels en Jeroen vanuit de poster naar alles om zich heen te laten kijken, naar de andere posters die er hangen, naar de omgeving. Het idee was leuk, maar op de dag dat we de foto gingen maken, bleek het niet te werken. Het zag er vooral gewoon heel raar uit. Toen moesten we dus iets nieuws verzinnen en kwamen we op het idee om ze te laten kijken naar alles om de poster heen. Naar dat wat erachter ligt.
Hoe heb je ‘m gemaakt?
Op de fotodag hebben we een foto gemaakt waarin ze in die houding staan. Volgens mij hebben ze nog een papiertje vast om hun handen een beetje in de goede vorm te krijgen. De rest is allemaal nabewerking. Ik heb bijvoorbeeld een foto van een gescheurde poster gemaakt om dat effect erin te krijgen.
Hoe lang heb je erover gedaan?
We hebben een uur samen zitten praten en verder heb ik er zelf nog een tijdje over na gedacht. Daar ga ik niet speciaal voor zitten, de ideeën komen meestal onder de douche of zo. Toen de fotodag, en daarna nog de bewerking. Daar ben ik zo’n drie volle dagen mee bezig geweest, uitgespreid over twee weken.
Wat vind je belangrijk aan (cabaret)affiche?
Ik vind het vooral belangrijk dat het één idee is. Soms zie je posters die veel te veel proberen te vertellen, je kunt beter één idee hebben en dat helemaal uitvoeren. 

Yvonne Roos maakte de poster voor Wim Helsen

Poster Wim Helsen Spijtig spijtig spijtig Yvonne Roos Ontwerper poster Wim Helsen

Deze poster is bedacht en gemaakt door Yvonne Roos. Het is de enige poster die mij wel eens laat schrikken. Als ik op mijn balkon sta bijvoorbeeld, of als ik gewoon naar het behangetje staar. Ik sprak Yvonne over het affiche en een beetje over de voorstelling die erbij hoort.

Hoe ben je op het idee voor de poster gekomen?

Toen Wim en het impresariaat mij vroegen de poster te maken, moest de voorstelling nog worden geschreven. Wel ontving ik een tekst getiteld ‘Spijtig, spijtig, spijtig’ waarin Wim belooft alle problemen op te lossen. Ze wilden graag een affiche met jaren 70 sfeer en de foto van Wim was al gemaakt. Al schetsend kwam ik terecht bij de patronen die zo kenmerkend zijn voor de zeventiger jaren. En na een brainstorm met Wim heb ik hier meer inhoud aan gegeven door er allerlei verborgen gezichten in te monteren, zodat de achtergrond van het affiche weerspiegelt wat er in het hoofd van Wim om gaat. ‘Het is niet wat het lijkt’, dat gevoel. Het stoffige behangetje blijkt een hele andere lading te omvatten dan het in eerste instantie doet vermoeden. De gezichten zijn afkomstig van foto’s van waterspuwers die ik heb gemaakt tijdens vakanties.

Wat is de relatie van de poster tot de voorstelling?

Ik denk dat het affiche de lading van de voorstelling dekt als je bedenkt in wat voor monsterlijke situaties je jezelf kunt laten belanden, brrr. Ook herken ik in het affiche het nerveuze, achterdochtige aspect uit de voorstelling. De discussie die Wim met zichzelf voert op de wc. ‘Is het wat het lijkt?’ ‘Of stel nou dat, en wat dan!?’ ‘Zijn ze te vertrouwen?’.

Wat vind je belangrijk aan een (cabaretaffiche)?

Een goed theater- of cabaretaffiche raakt je wanneer je er snel langs fietst. Dat is vaak al heel knap, gezien de hectiek op en langs de Nederlandse fietspaden, met name in Amsterdam. Als een cabaret- of theateraffiche je in een paar seconden een bepaald gevoel meegeeft of een vraag stelt, vind ik het een geslaagd ontwerp. Terwijl je je fietsrit vervolgt, blijft het beeld bij je hangen en eenmaal thuis of op je werk ga je op zoek naar informatie over de voorstelling. Het affiche dat ik heb gemaakt voor de voorstelling van Wim Helsen vraagt eigenlijk wel iets meer tijd dan een paar seconden. Pas als je langer kijkt, zie je ineens de grimmigheid tussen de stoffige bloemen opduiken.

Ruben Steeman maakte de poster voor Pieter Derks

Poster Pieter Derks Zo Goed Als Nieuw Ruben Steeman Ontwerper poster Pieter Derks

Ruben Steeman maakte de poster voor de voorstelling van Pieter Derks. Bij gesprekken over mijn muur komt die steevast ter sprake. Omdat de soms erg mooi ontworpen affiches best wat aandacht verdienen, vroeg ik Ruben naar het ontwerpproces.

Hoe ben je op het idee van de poster gekomen?

We wilden iets doen met oud en nieuw. En dan niet het oliebollenfeest, maar oude principes en nieuws. Pieter heeft in zijn shows veel actueel werk en de onderwerpen die hij bespreekt koppelt hij ook aan stukken geschiedenis, dingen die terugkomen. We hebben een aantal voorstellen gedaan, maar we zijn uiteindelijk op de tekening van Da Vinci gekomen tijdens het schetsen. Al schetsend zie je soms plots iets wat je niet bedacht had, en zonder die schets ook niet bedacht had kunnen hebben. Ik probeerde iets met een standbeeld dat de krant las en tegelijk een microfoon vasthield, en toen leek de houding opeens op die tekening.

Hoe en waarom heb je hem zo gemaakt?

We wilden de Da Vincitekening citeren, niet kopiëren. Het naar deze tijd toe trekken, zonder de associatie te verliezen. In de foto hebben we alles heel simpel gehouden. 

De achtergrond is de muur van de studio van fotograaf Arjen Benning. Het is een geschikte muur om het papier van de tekening te verbeelden, het heeft dezelfde kleur. Ik heb met een dik stuk grafiet een vierkant en cirkel op de muur getekend op basis van Pieters maten. Toen hebben we Pieter een aantal keer gefotografeerd, onder andere steunend op kratjes om de gespreide stand van zijn benen voor elkaar te krijgen. In nabewerking hebben we de beelden over elkaar heen gezet. De typografie in klein in potlood getekend, om dezelfde structuur te krijgen als het grafiet.


Wat vind je belangrijk aan een (cabaret)affiche?

Bij een affiche voor een solovoorstelling dat de speler er goed herkenbaar op staat. Dat de sfeer aanspreekt of prikkelt. En misschien wel dat je zelf met het beeld aan de haal gaat, dat je geïnteresseerd raakt in het verhaal dat het beeld vertelt. Of in ieder geval dat je ernaar kijkt. Cabaretaffiches mogen van mij ook wel grappig zijn, al is deze dat niet echt. Waar ik slecht tegen kan, is cabaretaffiches met portretten van de cabaretier met een gulle lach. De bedoeling is dat je mij aan het lachen maakt, en zo’n gemaakte lach doet dat eigenlijk nooit, die wil ik liever punchen. 

Een muur vol posters

Gesprekken gaan altijd over mijn muur. Met iedereen die voor het eerst op mijn kamer in Groningen komt, bespreek ik even de wand die volgeplakt is met posters. Cabaret vooral, af en toe een verdwaald toneelaffiche. ‘Nee, ik heb niet het gevoel dat ik aangekeken word door mijn posters. Alleen als ik op het balkon sta, denk ik wel eens dat er iemand in mijn kamer staat, omdat Wim Helsen op geloofwaardige hoogte hang.’

 
Gifje Lotte bekijkt haar postermuur
 

Het is een dankbaar gespreksonderwerp. Af en toe worden posters minutenlang besproken. ‘Die van Buutvrij, zou Jeroen Woe op een krukje staan of is de foto in twee keer genomen?’ (Ik hoop het eerste, maar weet inmiddels het tweede) Sommige posters zijn zo mooi of slim gemaakt, dat ik het jammer vind dat er soms zo weinig aandacht aan wordt besteed. De ontwerper staat meestal of minuscuul in een hoekje of is überhaupt niet te achterhalen.

Dat ze toch het bespreken waard zijn, is niet alleen mijn opvatting. Van 1992 tot 2011 werd de theaterafficheprijs uitgereikt, die ook af en toe gewonnen werd door cabaretposters:

2000 Lenette van Dongen – Een echte Van Dongen – Ontwerpbureau VANDEJONG
2010 Theo Maassen – Zonder Pardon – Scherpontwerp (i.s.m. Theo Maassen/ De Ontwerpconcurrent)
2011 Paulien Cornelisse – Hallo Aarde – Ontworpen door Paulien Cornelisse zelf

Sinds 2011 gaat de prijs door het leven als Mart.Spruijt Theaterafficheprijs, sinds 2013 wordt ‘ie tweejaarlijks uitgereikt (dat is dus om de twee jaar en niet twee keer per jaar – dit heb ik moeten opzoeken). 

Gesprekken gaan altijd over mijn muur en steevast komt de vraag ‘welke vind je het mooist?’. Dat is natuurlijk een onmogelijke vraag, maar er zijn een aantal posters die altijd de revue passeren. De poster van Pieter Derks’ voorstelling ‘Zo Goed Als Nieuw’, Wim Helsens ‘Spijtig spijtig spijtig’ en die van Van der Laan en Woe met ‘Alles Eromheen’. Ik sprak met de makers. Respectievelijk Ruben Steeman, Yvonne Roos en Joost de Haas.

In november 2016 sprak ik voor de Volkskrant met de makers van de genomineerde affiches van de prijs, die inmiddels weder een nieuwe naam heeft: de MullerVisual Theaterafficheprijs.

Gelukkig hebben we de foto’s nog

Het was een zonnige woensdag (27 mei) dat ik samen met een vriendin op weg ging naar Amsterdam. Dat is best een beetje ver, als je in Groningen woont, maar we gingen dan ook naar het gezelligste theater waar ik ooit ben geweest, (de kleine zaal van) theater Bellevue. En ook niet onbelangrijk: We bezochten daar de voorstelling van Yentl en de Boer. Voor de laatste keer speelden zij hun show ‘De Meisjes’.
Woehaha, wat was dat onwaarschijnlijk leuk. En verrassend. Een beetje misselijkmakend (Christine at een half bakje rauw half-om-half-gehakt leeg) en eng (horrormeisje met pop) ook. Maar vooral steengoed en erg grappig.
We hadden het leuk gevonden ze dat nog even live te zeggen, maar moesten na afloop snel weer weg om de tram te halen. (Althans, dat dachten we, wat later bleken alle treinen niet meer te rijden en duurde de terugreis 7,5 uur. Maar het was het waard, moet je nagaan.) Gelukkig hebben we de foto’s nog. Yentl en Christine (de Boer) maakten namelijk een gastplog Plog staat voor photo-log. Het is bedacht door Martine de Jong van 10e.nl. Dagelijks post ze een verslag van haar dag, in foto’s, met onderschriftjes. Inmiddels zijn er steeds meer mensen aan het ploggen geslagen. Want dat is leuk.

Komt’ie:
___________

Hoi! Wij zijn Yentl en de Boer en hierbij zomaar een daggie uit ons leven. 27 mei 2015. Op de agenda: sowieso lekker ontbijten. De Boer heeft rijles, maar dat geeft Yentl dan weer mooi de tijd om iets te schijven voor onze nieuwe voorstelling ‘De snoepwinkel is gesloten’. Want vanavond spelen we voor de laatste keer ‘De Meisjes’ in Theater Bellevue in Amsterdam!

plog yentl en de boer broodje kroket

Ontbijt. Sjiek.

plog Yentl en de Boer Yentl slaapt

De Boer heeft rijles. Yentl ‘schrijft voor de nieuwe voorstelling’.

plog Yentl en de Boer Yentl met sjaal

Dit zou een hele normale foto zijn als het winter was. Het is Mei. Yentl heeft een dikke sjaal – Prima.

plog Yentl en de Boer affiche

Hier moeten we wezen.

plog Yentl en de Boer rauw gehakt

Inkopen gedaan voor de voorstelling. Nu eerst een keiharde borrel.

plog Yentl en de Boer selfie

Iemand heeft d’r sjaal afgedaan…

Zo, het decor is opgebouwd. Armoeiig als we zijn: allemaal kleren uit onze eigen kast.

plog Yentl en de Boer in restaurant

Eten is altijd het hoogtepunt van onze dag. Yentl kan niet kiezen. Duurt nu echt al triest lang. Als je 10 minuten naar deze foto kijkt weet je een beetje wat Christine heeft doorgemaakt. Nu we toch zo goed aan het kijken zijn: links zit onze knappe technica Anouk en rechts onze níeuwe knappe technica Floor. Wij werken alleen maar met knappe chickies in de techniek, sta je meteen 10-0 voor als je aankomt bij een theater.

plog Yentl en de Boer menukaart de Snoeshaan

Dit was trouwens de menukaart. Yentl ging uiteindelijk voor de Texelse Runderbiefstuk, ouwe meatlover.

plog Yentl en de Boer Christine speelt in

Christine ‘speelt in’. Vet dramatisch, maar goed.

plog Yentl en de Boer selfie

Snel nog even een selfie nu de rekwisieten, rook en het licht er toch zijn. We zijn rocksterren yeah.

plog Yentl en de Boer roze gitaar stemmen

Christine stemt d’r roze gitaar, Yentl heeft om een onduidelijke reden haar sjaal maar weer omgedaan.

plog Yentl en de Boer Christine maakt zich op

Opmaken.

plog Yentl en de Boer Sander maakt foto

Dit is Sander. Hij maakt vandaag scènefoto’s omdat we De Meisjes voor allerlaatste keer spelen. ;-(

plog Yentl en de Boer vrouw uit publiek

Spoiler-alert: Christine is tijdens de voorstelling in een kikker veranderd. Een vrouw uit het publiek wilde graag met haar op de foto. Ok.

plog Yentl en de Boer met Youp van 't Hek

Kijk nou eens wie er is komen kijken in z’n Kuifje shirt! Toen hij hoorde dat we een plog aan het maken waren wilde hij er per se in, grmpf.

plog Yentl en de Boer cadeau Youp van 't Hek Pommery

Wawiewa! Allebei een cadeautje van Youp! En zo eindigen we de dag toch nog sjieker dan we ‘m begonnen.

Alleen dit

Ik geloof dat ik mezelf in de problemen heb gewerkt. Door mijn blog, door mijzelf, door mijn manier van schrijven. Ik ga nu proberen dat op te lossen.

Al een tijdje schrijf ik stukjes over voorstellingen en al veel langer kijk en bezoek ik voorstellingen. Steevast vraagt iemand ‘wat vond je ervan?’ En dan zeg ik iets positiefs. De ene keer wat uitgebreider en enthousiaster, de andere keer wat genuanceerder en objectiever. Maar altijd gemeend. Nooit zal ik zeggen dat ik een voorstelling slecht vond. Dat is niet uit lafheid of meningloosheid, maar uit respect voor de maker. Iemand heeft er van wakker gelegen, ervoor getwijfeld en gezweet. Daar heb ik ontzag voor en dat ga ík niet in een paar woorden kapot maken. Principekwestie. Of nee, het is andersom. Ik heb een voorstelling nog nooit slecht gevonden, waarschijnlijk door dat idee. Er is altijd wel iets dat ik mooi, grappig of desnoods niet-echt-mijn-smaak-maar-wel-knap-op-zich vind. Zo zijn mijn stukjes (althans dat hoop ik) positief van toon. Maar hier kom ik dus genadeloos in de knoop.

Want wat doe je als je een voorstelling echt heel goed vindt? Maar écht? Als je na thuiskomst eerst een kwartier op de bank gaat zitten nadenken? (True story.) Als een voorstelling precies die combinatie van cabaret, muziek en theater, van flauwe woordgrapjes en beklemmende herkenbaarheid, van ijzersterke sketches, ontroering, mooie liedjes, een kopje koffie en goede grappen heeft dat het jouw gevoel voor humor karakteriseert dat je bijna dreigt te vervallen in ellenlange zinnen, met bijvoeglijk naamwoorden, die – hoe gemeend dan ook – met de letter minder betekenis krijgen? Kortom, wat doe je als je zo onder de indruk bent dat je er (in tegenstelling tot wat je je had voorgenomen) tóch iets over wilt schrijven? Nog korter om: wat moet ik nu?

Ik heb dit opgeschreven. Heel langzaam en bedachtzaam. Met voorzichtigheid. Eigenlijk moet ik mijn tijd niet verspillen met alles eromheen. Niks bijvoeglijk naamwoorden, niks eindeloze zinnen. Alleen dit:

Ik zag net Van der Laan en Woe. Ze speelden hun voorstelling Alles Eromheen. Wauw. Dat was een echte wauw. Zo’n gemeende. Zo een die bestaat uit overpeinzing, vrolijkheid en een beetje bewondering misschien.

Foto door charlottevanouwerkerk.com

Frank van Pamelen in navolging van Kees Torn

In 2004 maakte Kees Torn een heel knap Nederlands-Engels liedje, dat in 2014 opeens een internethit werd doordat Ionica Smeets het liet zien in Zomergasten.  Niet lang daarna tweette Frank van Pamelen: ‘Speciaal voor @ionicasmeets’: liedje #nederlandsfrans in de maak. Op zijn Kees Torns. Al was meteen de eerste avond soir…’ En zo geschiedde. 

Toen Ionica Smeets in augustus 2014 te gast was bij Zomergasten liet ze een fragment zien van Kees Torn uit 2004. Hij had een briljant liedje gemaakt waarin het laatste woord steeds semantisch het Engelse equivalent van het voorlaatste woord is, maar fonetisch de continuele van de syntax. Ja. Echt. En hoewel het dus al tien jaar oud was, werd het opeens een internethit. Massaal werd het gedeeld, op Twitter, Facebook, Dumpert en andere onduidelijke websites die leuke filmpjes delen. Terecht natuurlijk. Het zit ongelooflijk knap in elkaar. Mocht je ‘m per ongeluk gemist hebben, hier is ‘ie nog eens:

Niet lang daarna zag ik een tweet van Frank van Pamelen, naar eigen zeggen ‘schrijver en zo,’ maar stiekem ook cabaretier en taalkunstenaar:

Speciaal voor @ionicasmeets: liedje #nederlandsfrans in de maak. Op z'n Kees Torns. Sinds gisteren. Al was meteen de eerste avond soir....
Het is hem gelukt! Vandaag uploadde hij het filmpje. Hier is het laatste woord steeds het Fránse equivalent van het voorlaatste woord en fonetisch de continuele van de syntax (sorry, ik voel me zo intelligent als ik dit typ). Applaus voor Frank.

Bedankt voor die bloemen



Wat moet een cabaretier toch met al die bloemen die hij krijgt na een voorstelling? Jeroen Woe, Youp van ’t Hek, Wim Helsen, Pieter Derks en anderen nemen de bosjes graag in ontvangst. ,,Geven is altijd goed, ontvangen ook.’’

In het theater heb je niet zoals in de bioscoop een aftiteling. Lastig, juist na een indrukwekkende cabaretvoorstelling kun je toch niet zomaar, bam, de lampen aandoen en in gesprek raken met je vrienden alsof er niks gebeurd is? Gelukkig is een voorstelling nooit bam afgelopen. Rondom het einde zit een tamelijk vaste procedure met als hoogtepunt de bloemen.

Die bloemen zijn een merkwaardig fenomeen. Ervan uitgaande dat het theaterseizoen loopt van september tot juni, 9 maanden dus, en dat een cabaretier zo’n 12 keer per maand op de planken staat, krijgt een artiest 9 x 12 = 108  bossen bloemen per jaar! Hon-derd-acht! Verjaardags- en prijswinbloemen niet meegerekend. Dat vind ik veel. Als je die allemaal schuin af moet snijden en in lauwwarm water zetten, houd je geen tijd meer over. En geen plek in je huis. Wat moet je ermee?

Op internet ging ik op zoek naar informatie over deze gewoonte. Dat mislukte jammerlijk, want mijn zoekresultaten werden gedomineerd door stukjes over Karin Bloemen. Daarom besloot ik het de cabaretiers zelf maar te vragen. En ik kreeg heel leuke antwoorden. “De volgende keer in Heerenveen of Drachten krijg jij mijn bloemen!” zei Youp van ’t Hek. Verder vertelden ze van alles. Dat ze soms helemaal geen bloemen krijgen. Of ze zelf moeten betalen. En zijn de bloemen eigenlijk wel voor de artiesten? Of misschien meer voor het publiek?

“Of mijn technicus krijgt ze mee om zijn vrouw blij mee te maken”

,,Ik vind het heel fijn om een huis vol bloemen te hebben’’, begint Carolien Borgers. Ze is dan ook blij als ze een boeket krijgt. Een half bosje vaak, want de meeste theaters denken dat ze alleen op het podium staat. ,,De gitarist krijgt de andere helft. De bos hebben ze vlak voor het einde van de voorstelling nog driftig uit elkaar gehaald en er twee bosjes van gemaakt. Meestal erg karige bosjes, maar dat vind ik ook wel ontroerend.’’ Hoe klein ook, ze neemt het mee naar huis. ,,Fijne bijkomstigheid: mijn gitarist houdt niet van bloemen dus ik krijg die van hem ook altijd mee.’’

Ook Pieter Derks zet ze thuis in een vaas. ,,Of mijn technicus krijgt ze mee om zijn vrouw blij te maken.’’ Niet iedereen neemt ze altijd mee. Jeroen Woe zegt schuldbewust: ,,De eerste uitdaging is om ze niet te vergeten! Soms laten we ze per ongeluk liggen in de kleedkamer, dat is natuurlijk niet zo beleefd.’’

Meenemen hoeft niet per se. Je kunt ze ook weggeven, een tactiek die menig cabaretier hanteert. Aan de dame van de artiestenfoyer (Youp van ’t Hek), aan een knap meisje op de eerste rij (Pepijn Schoneveld) of aan ,,de persoon die ik medeplichtig heb gemaakt aan de voorstelling.’’ (Wim Helsen).

“Ik moest mijn bloemen zelf betalen”

,,Geven jullie een artiest altijd bloemen na een voorstelling?’’ Vroeg ik meerdere theaters. ,,Ja’’, zegt De Lawei. ,,Ja, altijd’’, antwoordt het Posthuistheater in Heerenveen. Ook Carré in Amsterdam geeft altijd bloemen bij de eerste voorstelling of première. Maar niet alle theaters geven bloemen. Sommige theaters reageren desgevraagd dat ze er simpelweg de financiële middelen niet voor hebben. Geen bloemen is dan een oplossing, maar je kunt het ook anders aanpakken.
Theater Bellevue in Amsterdam is daar berucht om. Pepijn Schoneveld kreeg na zijn première wel bloemen, maar die moest hij zelf betalen. Een dergelijk verhaal komt de Vlaamse komiek Wouter Deprez bekend voor. ,,Jaaa’’, roept hij uit wanneer ik hem ernaar vraag. ,,Daar hebben ze wisselbloemen, die moet je teruggeven. Dat zijn plastic bloemen, die liggen daar bovenop een kast en die stoffen ze voor de voorstelling even af.’’

Andere theaters geven iets anders, meestal een streekproduct. In Naaldwijk geven ze een kistje groenten, in Tiel appels. Podium Reimerswaal in het Zeeuwse Rilland heeft jaren een T-shirt met daarop Vrienden van de mossel gegeven. Een woordvoerder: ,,Er zijn cabaretiers die ermee gingen stappen in Amsterdam (Leo Alkemade en Roel Bloemen). Dat leidde tot grote hilariteit.’’ Rode wijn is ook een populair bedankje. ,,Dat vinden we altijd erg leuk’’, zegt Jeroen Woe. ,,En soms krijgen we een fles speciaalbier, dat is natuurlijk het allermooist.’’

“Wij noemen geen namen”

Dat de bloemen gegeven moeten worden ná de voorstelling, daar is iedereen het wel over eens. Maar wanneer precies lijkt nog best lastig. In Carré wordt het moment bepaald door de toneelmeester. In het Posthuis wordt er vooraf gewaarschuwd: ,,als er dit of dit gezegd of gedaan wordt, dan zijn we nog vijf minuten verwijderd van het einde.’’ Meestal geeft de techniek een seintje. Dat moment is niet altijd even gelukkig, vindt Jeroen Woe. ,,Dat het publiek net besluit dat het wel lang genoeg geklapt heeft en dat dan nog eens die bloemen komen. Wij blijven vriendelijk lachen, maar in de zaal zie je de mensen kijken van: schiet es op joh, we krijgen pijn in de handen!’’

Rigt Oostenbrug, van de Lawei in Drachten, werkte voorheen in de horeca van De Oosterpoort in Groningen. Bloemen geven behoorde af en toe tot haar taak. Dat was geen probleem, tot ze een bos aan Vincent Bijlo moest overhandigen en niet wist dat hij slechtziend was. ,,Toen ik het toneel op kwam liep hij af, en dus liepen wij tot twee keer toe achter elkaar aan over het toneel.’’

Pieter Derks pleit voor een duidelijke geefinstructie. ,,Dat zowel artiest als bloemenmeisje weten of er gezoend wordt, of een hand geschud, of alleen maar overhandigd. Nu sta ik vaak toch anderhalf uur te spelen in zenuwachtige afwachting van dat ongemakkelijke moment tijdens het slotapplaus.’’

Alle cabaretiers genoemd in dit verhaal geven aan dat ze het fijn vinden om bloemen te krijgen. Carolien Borgers: ,,De traditie geeft voor mij aan dat mensen blij zijn dat je gekomen bent, dat je het publiek een goede avond hebt bezorgd.’’ Toch heeft Theater Carré ook andere ervaringen. Daar gaat de anekdote dat een beroemde artiest – ,,wij noemen geen namen’’ – de bos weigerde omdat zij het boeket te veel vond ruiken.

“Zonder bloemen ga ik ook door met spelen”

Maar zijn de bloemen wel echt voor de artiest? ,,Het is in onze beleving bijna meer iets voor het publiek dan voor de artiest.’’ Jeroen Woe daarover: ,,Als we een keer geen bloemen krijgen, vragen mensen in de foyer ons na afloop of we dat niet stom vonden, dat we geen boeketje kregen.’’ Dat is ook wat ze bij theater Geert Teis in Stadskanaal zeggen, ,,dat het de avond voor het publiek compleet maakt.’’

Bloemen als bedankje voor de artiest of als vervanging van de aftiteling voor het publiek. Het maakt ook niet zoveel uit, het is een mooie gewoonte. ,,Zonder bloemen ga ik ook door met spelen’’, zegt Youp van ’t Hek. ,,Geven is altijd goed, ontvangen ook,” aldus Wim Helsen. Pieter Derks: ,,Een goede, dikke, vette, kleurrijke bos bloemen, gebracht door een goedlachse dame van het theater, daar kan niemand tegen zijn.’’ Al wordt het soms een beetje veel. Als ik aan het eind van mijn vragenlijstje vraag of de cabaretier verder nog iets kwijt wil, antwoordt Jeroen Woe: ,,Bloemen. Een bos of 6. Iemand?’’

De oogst van één week in de vensterbank van Jeroen Woe

Dit artikel verscheen op 19 maart 2015 in de cultuurbijlage van de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden.

Lees hier het voorafgaande stukje.